Kennisimplementatie - Implementatietools

Gezamenlijke communicatieaanpak door Vilans en UNO-VUmc


Casus: Grip op probleemgedrag bij dementie

Bewustwording en bekendheid in de verpleeghuiszorg creëren over de interventie Grip op probleemgedrag. Om dat te bereiken ‘experimenteerden’ UNO-VUmc, UKON (Universitair Kennisnetwerk Ouderenzorg Nijmegen) en Vilans in 2019 met een gezamenlijke communicatieaanpak. Het idee daarachter: door de expertise en kanalen van de academische netwerken en die van de landelijke kennisorganisatie Vilans te combineren, kunnen we de interventie duidelijker voor het voetlicht brengen en het bereik vergroten.

Op basis van een gezamenlijk communicatieplan zijn daarvoor de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • Er is een eenvoudige huisstijl ontwikkeld voor GRIP, onder andere met een logo, om de herkenbaarheid te vergroten.
  • Er is een zoekwoordenanalyse uitgevoerd op internet en op basis daarvan zijn teksten over de interventie op de websites aangepast, zodat GRIP beter scoort in de zoekresultaten.
  • Er is een folder ontwikkeld over de interventie, met daarin opgenomen een aantal citaten van gebruikers, opgehaald tijdens locatiebezoeken.
  • Er zijn rolbanners gemaakt om de interventie onder de aandacht te brengen bij symposia, congressen en bijeenkomsten.
  • Er is een film gemaakt waarin enerzijds de interventie wordt toegelicht en anderzijds ervaringen van zorgprofessionals aan bod komen.
  • De interventie is toegelicht in een workshop tijdens het congres Thuis in het Verpleeghuis.

De samenwerking is onderdeel van het programma Kennisinfrastructuur Langdurige Zorg, dat tot doel heeft praktijk en wetenschap in de langdurige zorg dichter bij elkaar te brengen. Programmaleider Karlijn Kwint van Vilans: ‘Ik vind deze samenwerking een mooi voorbeeld van 1+1=3. Het grotere bereik helpt bij het verder verspreiden van de interventie. De kennis van academische netwerken kunnen wij zo verder brengen en zo elkaars sterke punten benutten.’

ANNA onderzoek:


implementatie van de nieuwe richtlijn urineweginfecties

In het najaar van 2018 publiceerde Verenso een nieuwe richtlijn voor urineweginfecties bij kwetsbare ouderen. Dit heeft nogal wat gevolgen voor de praktijk: waar urineweginfecties voorheen vaak werden vastgesteld op basis van aspecifieke klachten (b.v. veranderd gedrag) en een positieve urinestick uitslag, zijn tegenwoordig specifieke klachten (b.v. pijn bij het plassen) leidend om een urineweginfectie vast te stellen en speelt de urinestick een andere, kleinere rol. Dit vraagt om een cultuuromslag. Het ANNA onderzoek helpt bij het bereiken van deze cultuuromslag.

Waarom is goede implementatie van de nieuwe richtlijn belangrijk? Uit eerder UNO onderzoek weten we dat antibiotica onterecht wordt voorgeschreven bij één op de drie bewoners met een verdenking op urineweginfectie. Onnodig antibioticagebruik heeft nadelige gevolgen voor bewoners, zoals bijwerkingen, en draagt bij aan het optreden van antibioticaresistentie. Dit betekent dat bacteriën die infecties veroorzaken niet (goed) meer reageren op behandeling met antibiotica; wereldwijd één van de grootste bedreigingen voor de gezondheidszorg.

Het ANNA onderzoek wordt uitgevoerd door Jeanine Rutten en Jorna van Eijk. Samen ontwikkelden zij verschillende materialen om de nieuwe richtlijn te implementeren: een scholing, een filmpje, een e-Learning, zakkaartjes en een informatiefolder voor bewoners. Daarnaast zorgden ze er samen met GeriMedica (de ontwikkelaar van het elektronisch cliëntdossier YSIS) voor dat er een behandeladvies in beeld komt in het elektronisch cliëntdossier, nadat artsen gegevens invullen over bewoners met een mogelijke urineweginfectie.

Begin 2019 zijn deze verschillende materialen geïntroduceerd in tien verpleeghuizen. In zes verpleeghuizen werd dit niet gedaan; zij fungeren als controlegroep. Vanaf maart 2019 werden in alle zestien verpleeghuizen gegevens verzameld van bewoners met een mogelijke urineweginfectie. Hiernaast werd op verschillende manieren gemonitord in hoeverre er gebruik wordt gemaakt van de verschillende materialen.

Zijn de implementatiematerialen goed gebruikt, en heeft het gebruik ervan geleid tot beter antibioticagebruik? Het antwoord op deze vragen volgt in 2020.